Geschiedenis van de bloemsierkunst

Written by GalerieMoen

Geschiedenis van de bloemsierkunst

Bloemsierkunst is iets maken met bloemen, blad, takken en mos, en anorganische materialen als metaal, steen en glas, tot een mooie compositie.

Bloemsierkunst kan gemaakt worden voor speciale gelegenheden zoals een huwelijk , een  begrafenis , exposities, evenementen, beurzen, Bloemsierkunst kan je voor verschillenden gelegenheden toepassen.

12573126_1668622853414452_5862935516674231676_n

Geschiedenis

Bloemen en planten hadden in het verleden een andere betekenis dan nu. Was meer nadruk op symbolische en geneeskrachtige betekenis. Bloemen werden gekweekt voor speciale gelegenheden en er zijn ook de afbeeldingen in tempels, grafkelders en wandversieringen te zien.

 

Bloemsierkunst in het oosten

China is de bakermat voor de oosterse wijze van bloemschikken. Volgens de geschiedenis werd in de 5e eeuw na Christus het boeddhisme in China geïntroduceerd, samen met het bloemstuk voor offering. Men schikte vaak in vazen en in manden. Beide stijlen van schikken werden geaccepteerd. Door hoogstaande keramische kunst werd de schikking in vazen, de door de Chingdynastie geaccepteerde hoofdstijl. Bloemschikkingen werden hoofdzakelijk gebruikt voor religieuze doeleinden. Het schikken als zelfstandige kunstvorm was toen nog niet ontwikkeld. Duizend jaar geleden werd het mode en hobby bloemen te waarderen. Bloemen werden op hun waarde geschat en verpersoonlijkt. Dit leidde er toe dat bloemschikken waardevol werd door het kiezen en combineren van materialen. De stijl en betekenis achtte men zeer hoog. Bij officiële gelegenheden, religieuze handelingen, in het gerechtshof en dergelijke werd er geschikt door een persoon met een goede smaak. Waardigheid en statigheid bepaalden de schikking. Daar de Chinese bloemsierkunst de geestelijke stijl benadrukt, staat het persoonlijke esthetische gevoel van de maker centraal.

 

 

In grote lijnen geschetst is de Oosterse bloemsierkunst ontstaan als gevolg van bloemenofferandes aan de goden. In de 3e eeuw werd er in China, in het Ch’anboeddhisme, een veelzijdige bloemschikvorm ontwikkeld. Vanaf ca. 700 is deze kunstvorm door monniken naar Japan overgebracht. Hier is het vooral toegepast als tempelschikkingen, als offer aan Boeddha. Het Chinese boek Geschiedenis van vazen beïnvloedde de Ikebana sterk. In de 15e eeuw is hieruit de bekende Ikenoboschool uit ontstaan. Deze heeft vele stijlen ontwikkeld die ook nu nog worden gemaakt. In Japan is eind 19e eeuw de Oharaschool ontstaan in 1925 de moderne Sogetsuschool. Thans heeft Japan vele scholen die soms wereldwijd vele studenten en afdelingen hebben. Het oudste boek over Japanse bloemsierkunst stamt uit 1499 en heet Kaoirai no Kadensho of Kaorirai flower arrangement book.

 

Europese bloemsierkunst

In Europa is bloemsierkunst, net als in het Verre Oosten, ontstaan uit gebruiken van de religies. Kijkt men naar de loop der cultuurgeschiedenis, dan begint deze voor Europa belangrijk te worden met het oude Egypte. Boeketten en grafbloemen werden veelvuldig gebruikt. Bloemversieringen werden gebruikt bij het vereren van hun goden en feesten. Lotusbloemen, Acanthus en Papyrus zijn te vinden op de muren van grafmonumenten. De Egyptenaren waren vermoedelijk de eersten die bloemversieringen maakten. Uit deze tijd stamt bijvoorbeeld het stafboeket.

In Griekenland werden kransen gebruikt bij de Olympische Spelen als eerbetoon aan de winnaars en dienden slingers als versiering van tempels en gebouwen. In het Romeinse Rijk werden kopkransjes gemaakt, kransen, festoenen en slingers vervaardigd. Ontelbare bloemblaadjes werden gebruikt in ceremonies. Ook waren er al veel gebeeldhouwde guirlandes en kransen aan gebouwen en triomfbogen.

 

Bloemen zijn ook een rol gaan spelen in de Rooms-katholieke Kerk, als symbool tijdens de dienst. Ook kregen veel bloemen in het dagelijkse leven een gebruik of betekenis. De schilderkunst geeft ons hiervan vele voorbeelden. In de rijke Middeleeuwen, als de steden opkomen en de vorstenhuizen en kooplieden rijk worden, neemt het bloemengebruik toe.

Bloemstukken sieren de tafels tijdens feesten, vaak gecombineerd met groenten en fruit. Vooral in de 14e eeuw in Frankrijk is dit gebruik verder ontwikkeld.

 

In de Victoriaanse tijd dragen dames bloemenkransjes, corsages, slingers aan de japonnen en een boeketje in de hand. Feesten waren echte bloemenfeesten in die dagen. Niet alleen festoenen, kransen en guirlandes worden tot het klassieke bloemwerk gerekend, ook ´moderne´ varianten als de Biedermeier, de ellipsvorm, druppelvorm, cascade, driehoeksschikkingen, millefleurs en dergelijke behoren tot het klassieke bloemwerk en vooral ook de klassieke S-lijn in de Hogarthstijl.

Bruidsboeketten werden populair en gingen bij de huwelijksdag horen. In de Biedermeiertijd 1820-1850 ontstonden veel decoratieve compacte schikkingen, ook nu nog heel populair. Pas eind 19e eeuw ontstond het vak van bloembinder en ontstond de bloemenwinkel. Bekendheid van bloemsierkunst in een land heeft vaak te maken met een beperkt aantal vooraanstaande bloemsierkunstenaars. De West-Europese bloemsierkunst heeft wereldwijd het hoogste aanzien. De wereldkampioenen komen ook voornamelijk uit Nederland, Duitsland en België. Maar ook de Fransen en de Denen staan hoog op de ranglijst.

 

Moderne bloemsierkunst

In de bloemsierkunst ontstond, mede beïnvloed door de mode, de Avant-Garde. Dit woord dat uit het Franse leger komt, betekent voorhoede. Dit was een groep getrainde soldaten die op de troepen vooruitliepen om de omgeving te verkennen. In de kunst betekende dit dat enkele vooraanstaande bloembinders vooruitliepen op de mode en zo ook de mode (trend) bepaalden. Op deze manier ontstonden nieuwe vormen in de bloemsierkunst. Bloemwerk werd opener en eleganter en ook ging men meer experimenteren met bloemwerk waardoor men Floral Objects verkreeg. Modern bloemwerk is te herkennen aan een open vormgeving, vaak lineair en-of parallel en van elke bloemsoort maar enkele bloemen. In modern en experimenteel bloemwerk is eigenlijk alles toegestaan. Plat, lang, breed, zelfs gekruiste lijnen zijn toegestaan en dit kan met alle materialen die er maar te verkrijgen zijn.

Stijlen

In de bloemsierkunst zien we verschillende stijlen. Er is een klassieke stijl waarin duidelijke geometrische basisvormen zien. De biedermeier, de krans, de driehoek schikking. De bloemen worden er duidelijk decoratief en overvloedig verwerkt.

De moderne stijl – met als voorloper: de Britse Constance Spry – is ook afgeleid van de basis vormen maar de bloemen komen beter tot hun recht. Door meer met natuurlijke lijnen en naar de bloemvorm te kijken krijg je een modernere look.

Dan is er Ikebana. Hier wordt nog meer naar vorm, kleur, ritme en karakter van het blad of bloem gekeken. Het Ikebana-bloemstuk kan symbool staan voor de hele natuur in het betreffende seizoen.